Business Accelerator
voor de opschaling van
Bio-circulaire Innovaties

18-02-2020

Lokale circulaire stikstofhuishouding in de agro sector

Minorproject van Jasper Stubbé en Koen Willems of Brilman, studenten aan de Hogeschool Rotterdam.

De Hogeschool Rotterdam biedt, in het eerst half jaar van het collegejaar, de minor ‘procestechnologie en energietransitie’ aan. In het kader van deze minor is door Jasper Stubbé en Koen Willems of Brilman een studie uitgevoerd voor Green Chemistry Campus. Doel was te onderzoeken hoe de stikstofhuishouding circulair gemaakt kan worden binnen de agrarische sector. Stikstofhoudende mest kan nu maar in kleine doseringen gebruikt worden op het land vanwege de restricties die er op de ammoniak en methaan uitstoot zijn. Hierdoor wordt er veel mest niet voor de landbouw gebruikt. Omdat de boeren wel hun land moeten bemesten wijken ze uit naar kunstmest, dit proces is niet circulair.

Met de in hun verslag besproken oplossingen kan geconcludeerd worden dat er geen eenduidige oplossing is die voor iedereen werkt. Dit is omdat er verschillende voordelen en nadelen zijn bij elke oplossing en deze zijn afhankelijk van verschillende factoren. 

 

Voedingsaanpassing is een gedeeltelijk effectieve oplossing die echter ook kostenverhogend is. Vergisting is een oplossing die veel potentie heeft, maar de economie van een grootschalige vergistingsfabriek moet zich nog bewijzen. Daarnaast is het andere nadeel dat het geen lokale oplossing is voor mestverwerking. Biochar en het aanzuren van de mest zijn beide manieren die de potentie hebben om als bio-kunstmest het kunstmest gebruik te verminderen. Beide oplossingen werken op verschillende manieren en dus kan de boer zelf een inschatting maken wat voor zijn situatie de beste optie is. 

Aanzuren is daarin de makkelijkste oplossing omdat het aanzuren tijdens het uitrijden van de mest snel geïmplementeerd kan worden. Als het aanzuren geïmplementeerd zou worden in de stallen zou dat extra emissiereductie en een beter dierwelzijn opleveren, maar daar zitten wel investeringskosten aan. Biochar heeft juist weer als voordeel dat het naast een bio-kunstmest ook als koolstof opslag in de grond kan dienen. Deze oplossing vraagt een hogere investering, maar de biochar kan wel bij overmaat weer verkocht worden.

Kijkend naar de beste uitwerking van het minorproject denken de studenten dat het aanzuren van de mest het beste resultaat in de stikstof sector kan leveren. Daarom is in hun rapport dieper ingegaan op het aanzuren van de mest, waarbij verschillende factoren in overweging zijn genomen. Uiteraard hebben zij niet alles meekunnen nemen in dit onderzoek, dus blijven er altijd factoren over om verder uit te diepen. Bijvoorbeeld hoe de boeren en de overheid bereid zijn om in deze oplossing mee te gaan. Ook is de praktische realisatie van de aanzuringsunit in de agrarisch omgeving niet onderzocht, hetgeen invloed kan hebben op de uiteindelijke oplossing. Dus dit zijn factoren die verder onderzocht kunnen worden in de toekomst om deze oplossing tot een realiteit te maken.

Het verslag is verkrijgbaar via de 

  • Green Chemistry Campus  (s.achakzai@greenchemistrycampus.com)  
  • of via de Hoge School Rotterdam: 
  • Urjan Jacobs, Lector HR (j.f.jacobs@hr.nl) 

De studenten zijn bereikbaar via:

  • Jasper Stubbé (0909515@hr.nl)
  • Koen Willems of Brilman (0917212@hr.nl)