FAQ

Hieronder staan de meest gestelde vragen over de Biobased Economy in het algemeen en de Green Chemistry Campus in het bijzonder.

Wat is de Green Chemistry Campus?

Op de Green Chemistry Campus werken ondernemers, overheden en kennisinstellingen gezamenlijk aan biobased innovaties op het snijvlak van agro en chemie. Uit reststromen van de landbouwsector worden onder meer vezels, eiwitten en suikers gehaald die met behulp van nieuwe technologieën worden verwerkt in biobased producten met een focus op hoogwaardige materialen, chemicaliën en coatings. De Campus vergroot de slagingskans van biobased ondernemers en draagt zo bij aan de overgang naar een biobased economy.

Partners en initiatiefnemers van de Green Chemistry Campus zijn de Provincie Noord-Brabant, de gemeente Bergen op Zoom, SABIC en de regionale ontwikkelingsmaatschappij NV REWIN West-Brabant, die ook de directie voert van de campus en verantwoordelijk is voor het aantrekken van nieuwe bedrijven.

Wie hebben het initiatief genomen tot de Green Chemistry Campus?

Partners en initiatiefnemers van de Green Chemistry Campus zijn de Provincie Noord-Brabant, de gemeente Bergen op Zoom, SABIC en de regionale ontwikkelingsmaatschappij NV REWIN West-Brabant, die ook de directie voert van de campus en verantwoordelijk is voor het aantrekken van nieuwe bedrijven.

Waarom is de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom gevestigd?

Voor een succesvolle biobased economy waarin groene grondstoffen de rol overnemen van fossiele grondstoffen zoals aardolie zijn drie zaken nodig:

  1. regionaal aanbod van groene reststromen uit de landbouw
  2. bedrijven met chemische kennis en faciliteiten
  3. een bloeiende logistieke sector met goede verbindingen

Al deze cruciale factoren komen op een unieke manier samen in West Brabant. Er is een grote zogeheten agrofood industrie waar bijvoorbeeld Suiker Unie en Royal Cosun deel van uitmaken. Chemische bedrijven zoals SABIC zijn hier al decennia lang gevestigd en wat te denken van de havens in Rotterdam en Antwerpen. Het is dus geen toeval dat de Green Chemistry Campus juist in Bergen op Zoom is neergestreken op het terrein van SABIC.

Maakt de Green Chemistry Campus zelf producten?

Nee, de Campus faciliteert ondernemers om materialen, chemicaliën en coatings te ontwikkelen. Zo is er op het terrein van SABIC Innovative Plastics een volledig geoutilleerd laboratorium voorhanden waar biobased ondernemers experimenten kunnen verrichten. In het Campus Innovation Center kunnen ondernemers, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en overheden elkaar ontmoeten. En tot slot worden de ondernemers met raad en daad bijgestaan als het gaat om financiering, marketing en juridische zaken.

Wat is de Biobased Delta?

De Green Chemistry Campus maakt deel uit van de Biobased Delta: het samenwerkingsverband van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen in Zuidwest-Nederland waar onder de noemer 'Agro meets Chemistry' wordt gewerkt aan het verwaarden van agro-reststromen in biobased innovaties. De Biobased Delta staat in Europa stevig op de kaart als centrum van topkennis en bedrijvigheid. Dat trekt nieuwe bedrijven aan en heeft daardoor op termijn een gunstig effect op de werkgelegenheid.

Wat betekent biobased?

Veel om ons heen is van aardolie gemaakt: van plastic flessen tot piepschuim en van cd’s tot schoenzolen. Aardolie wordt steeds schaarser, duurder en bij de verbranding komt het broeikasgas CO2 vrij. Niet verwonderlijk dus dat men biobased alternatieven omarmt.

Biobased wil zeggen dat natuurlijke grondstoffen, zoals suikerbietenloof, aardappelschillen of maïsafval worden ingezet voor duurzame technologieën en producten. Door het gebruik van landbouwafval als grondstof wordt er niet geconcurreerd met de voedselvoorziening. Bovendien wordt er een gesloten kringloop gecreëerd: afval bestaat niet meer, maar vormt een grondstof voor een nieuw product. 

Hout, glas, riet en vlas zijn toch eigenlijk ook biobased?

Nee, deze materialen vinden wel hun oorsprong in de natuur, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook biobased zijn. De term biobased wordt gereserveerd voor materialen en chemicaliën die tot dusver uit fossiele grondstoffen zoals aardolie werden gemaakt en die nu ook uit biomassa kunnen worden geproduceerd.

Wat is een biobased economy?

In een biobased economy nemen groene grondstoffen (biomassa) de rol over van fossiele grondstoffen zoals aardolie. Voor een succesvolle biobased economy zijn drie zaken nodig:

  1. regionaal aanbod van groene reststromen uit de landbouw
  2. bedrijven met chemische kennis en faciliteiten
  3. een bloeiende logistieke sector met goede verbindingen

Al deze cruciale factoren komen op een unieke manier samen in West-Brabant. Er is een grote zogeheten agrofood industrie waar bijvoorbeeld Suiker Unie en Royal Cosun deel van uitmaken. Chemische bedrijven zoals SABIC zijn hier al decennia lang gevestigd en wat te denken van de havens in Rotterdam en Antwerpen. Het is dus geen toeval dat de Green Chemistry Campus juist in Bergen op Zoom is neergestreken op het terrein van SABIC.

Is een biobased economy hetzelfde als een circulaire economie?

Nee, de biobased economy maakt onderdeel uit van de circulaire economie. In een circulaire economie worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt en grondstoffen worden uit hernieuwbare bronnen gewonnen. Afval bestaat niet meer, maar vormt een grondstof. Daarnaast wordt de levensduur van producten verlengd door ze bijvoorbeeld te repareren in plaats van ze te vervangen, maar ook door ze zo te ontwerpen dat ze langer meegaan.

Is biobased hetzelfde als biologisch afbreekbaar?

Biobased producten kúnnen biologisch afbreekbaar zijn, zoals composteerbare plantenpotjes, maar dat hoeft niet. Er worden ook biobased materialen geproduceerd die niet biologisch afbreekbaar zijn. Van biobased materialen die worden toegepast in dashboards van auto's, in kleding of voor frisdrankverpakkingen wil je natuurlijk niet dat het biologisch afbreekt, maar dat het juist lang meegaat.

Hebben fossiele chemicaliën & biobased chemicaliën dezelfde eigenschappen?

Vaak wel. Drop-in chemicaliën zoals benzeen, xyleen en tolueen hebben (nagenoeg) dezelfde eigenschappen als fossiele chemicaliën. Alleen de grondstof is dus anders: aardolie versus biomassa. Dit is een vorm van substitutie: de biobased chemicaliën vervangen de fossiele chemicaliën een op een.

Met drop-in chemicaliën kan - behalve dan op het duurzame aspect van biobased - alleen op prijs geconcurreerd worden. Daarom kijken biobased ondernemers ook naar mogelijkheden om zogenoemde functionele chemicaliën te ontwikkelen. Dit zijn chemicaliën die producten speciale eigenschappen kunnen verlenen, zoals een langere levensduur, een grote flexibiliteit, een ruwer oppervlak of een grotere weerstand. Voor deze functionele chemicaliën is de markt kleiner, maar het onderscheidend vermogen en de toegevoegde waarde zijn groter en daardoor kan er een hogere prijs voor worden gevraagd.

Er wordt nu door bijvoorbeeld Shared Research Center Biorizon onderzocht op welke wijze (bestaande en nieuwe) functionele aromatische verbindingen kunnen worden ontwikkeld uit suikers en lignine (de stof die stevigheid geeft aan hout). Deze biomassabronnen hebben eigenschappen die aardolie niet heeft. Biorizon onderzoekt hoe deze unieke eigenschappen optimaal en winstgevend benut kunnen worden in (nieuwe) moleculen en (nieuwe) toepassingen. Voor Biorizon is het daarbij een vereiste dat het gewenste molecuul goedkoper uit biomassa kan worden vervaardigd dan uit een fossiele bron. Duurzaamheid en winstgevendheid worden zo met elkaar verenigd.

Biorizon, wat is dat?

Shared Research Center Biorizon is een initiatief van TNO, VITO en de Green Chemistry Campus om functionele biobased aromaten te ontwikkelen uit suiker en lignine. Doel van Biorizon is om in 2020 voor industriële partners van Biorizon commerciële productie van biobased aromaten mogelijk te maken. Aromaten vinden hun toepassing in polymeren, coatings en chemicaliën. Het belang daarvan kan nauwelijks worden overschat: aromaten zijn een van de belangrijkste grondstoffen voor de chemische industrie.

Kan Europa wel concurreren met bijvoorbeeld Amerika op biobased producten?

Jazeker! Zo heeft Deloitte onlangs een studie gepubliceerd die stelt dat West-Europa wereldwijd concurrerend kan worden op het gebied van het verwaarden van suiker in biobased chemicaliën en producten. Dat komt doordat de Europese Unie heeft besloten om het suikerquotum vanaf 2017 af te schaffen. Daardoor bezit Europa voor het eerst zélf grootschalig de grondstof van de toekomst en hoeft ze die niet langer te importeren of er een hoge(re) prijs voor te betalen. Dit biedt kansen om tot nieuwe verdienmodellen te komen doordat er een lucratieve markt ontstaat voor het verwaarden van suikers in waardevolle chemische bouwstenen en producten.

In hoeverre kan er in West-Brabant grootschalig worden geproduceerd?

Als de business case sluitend is en als er een geschikte locatie kan worden gevonden, dan behoort grootschalige productie absoluut tot de mogelijkheden. In West-Brabant is alles voorhanden: goede logistieke verbindingen over weg en water, een constante aanvoer van agrarische reststromen, een hoge concentratie aan chemische en agrarische bedrijven en een aantal toplocaties, waaronder de Green Chemistry Campus, die de ontwikkelingen faciliteren.

Het is alleen de vraag of bulkchemicaliën die grootschalige productie met zich meebrengen de grootste mogelijkheden bieden voor Europa. Bulkchemicaliën concurreren zoals gezegd alleen op prijs, terwijl functionele chemicaliën mogelijkheden bieden voor een premium prijs. Dit geldt zeker voor chemicaliën die vanuit de biomassa waar ze uit zijn gehaald speciale eigenschappen hebben die niet in aardolie voorkomen.

Deze pagina delen:

Partners en initiatiefnemers van de Green Chemistry Campus: